Thuis oefenen met rekenen met kaarten

“Ik geef kinderen in mijn praktijk regelmatig kaarten mee naar huis om rekenen te oefenen. Gezellig een spelletje doen, terwijl je eigenlijk heel erg aan het rekenen bent.” Aan het woord is Cindy Tas. Ze heeft een praktijk voor leerondersteuning, training en coaching in ’t Zand.

Wat je dan kun doen met die kaarten? “Heel veel, op verschillende niveaus. Ik noem een paar van de mogelijkheden.”

Hoeveelheidsbegrip. Cindy: “Trek een kaart en spring dan dat aantal. Wissel het springen af met bijvoorbeeld hinkelen, Jumping Jacks, kikkersprongen, zoveel tellen op je tenen staan, of op je hielen, et cetera.”

Plussen of minnen. Cindy: “Leg een stapel kaarten omgekeerd klaar (ik haal de plaatjes eruit, alleen de aas blijft erin, die is 1 punt). Spreek af of je plus- of minsommen gaat oefenen. Een voorbeeld met de minvariant:

Speler A en speler B pakken beiden twee kaarten. Speler A heeft een 9 en een 4 en de som is dan 9-4. Speler A rekent uit hoeveel punten hij/zij heeft (9-4=5 punten). Speler B heeft 3 en 7, dat wordt dus 7-3 = 4 punten. De speler met de meeste punten, in dit geval speler A, krijgt alle 4 de kaarten. De spelers pakken beide 2 nieuwe kaarten, et cetera. Wie heeft de meeste kaarten als de stapel op is?

Dit kan ook met plussommen. Wanneer sommen met 2 kaarten te makkelijk worden, kun je ook 3 of 4 kaarten per keer pakken. Of de plaatjes er weer bij doen en afspreken dat de boer 11 punten is, de vrouw 12  punten en de heer 13 punten.”

Keersommen. Cindy: “De keer-variant van plussen en minnen om de tafels te oefenen. Er ligt een stapel kaarten in het midden en ieder kind pakt 2 kaarten. Bijvoorbeeld speler A pakt 3 en 6 = 18. Speler B pakt 8 en 4 = 32. Speler B heeft de meeste punten en krijgt de kaarten. Wie heeft uiteindelijk de meeste kaarten?
Uiteraard kun je ook de variant spelen met twee kaarten trekken en wie weet als eerst het antwoord, maar op deze manier moet iedereen zelf over zijn som nadenken, is het een geluksspel in plaats van wie is de snelste. Dan is het ook leuk voor degene die wat minder snel zijn met rekenen.”

Zo zijn er uiteraard meer variaties en spelvormen te bedenken, je kunt zelfs breuken oefenen met kaarten. “In mijn praktijk rekenen we veel met concreet materiaal, spelenderwijs en door middel van bewegend leren, met uiteraard wel altijd de vertaling naar het rekenen op papier. Maar soms is er even een andere manier nodig waardoor dat wel gaat lukken.”

Meer weten over de begeleiding van Cindy Tas? Neem gerust contact op voor een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek. www.cindytas.nl.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *